Hoofdnavigatie
- Home
- Bestuur, raad en organisatie
- Jeugd en onderwijs
- Wonen en leefomgeving
- Zorg en welzijn
- Sport, recreatie en cultuur
- Ondernemen
- Projecten
Waar ik woon; het eerste gedicht van stadsdichter Menno Wigman
Het sneeuwt. De grachten zijn, al sneeuwt het, goor.
Het afvalwater, lees je, zit vol coke.
De heupen van de stad zijn warm en vol.
Een dronken Duitser geeft een pakje door.
Drugs hebben honger. Onze driften ook.
Het sterft van meisjes, mooi en slim en strak,
die eeuwig als de Amstel naar de stad
toe trekken, koppig is hun stroom en steil
hun droom van hartstocht en een beter bed.
Zo ruikt elk uur naar seks en intellect.
Het sneeuwt. De kroegen zijn vol kansgezichten.
Drugs hebben honger. Onze lusten ook.
Wat ik niet kréég. Wat ik niet nám. De stad
waar ik de liefde openreet en steeds
gedichten schreef, die stad heet Amsterdam.