Verbouwen? Toepassen van isolatiemaatregelen in uw verbouwing

U gaat verbouwen? Mooi! Een kans om meteen aan de slag te gaan met  isolatiemaatregelen. U denkt waarschijnlijk al snel aan dubbel glas of isolatiemateriaal tegen de gevels.

Kruimelpad

 

Verbouwen? Toepassen van isolatiemaatregelen in uw verbouwing

12 januari 2011

U gaat verbouwen? Mooi! Een kans om meteen aan de slag te gaan met  isolatiemaatregelen. U denkt waarschijnlijk al snel aan dubbel glas of isolatiemateriaal tegen de gevels.

Let wel op, want standaard energieoplossingen zijn vaak niet geschikt voor monumenten en kunnen zelfs schade veroorzaken. U heeft bij een verbouwing altijd een bouw- en monumentenvergunning nodig.  Gebruik ook hier de drie belangrijke vuistregels: Informeer vooraf naar de mogelijkheden(zie onder ‘Wat u vooraf moet weten"),zorg  voor een aanpak op maat en schakel altijd een expert in.Bureau Monumenten en Archeologie kan u hierbij adviseren.  tel: 020-251 49 00)

In monumenten gaat het er vaak om het pakket aan maatregelen goed op elkaar af te stemmen (zie kader). Bij elke aanpassing, zoals het aanbrengen van isolerend glas, moet bekeken worden of de oplossing daadwerkelijk energie bespaart, recht doet aan de monumentale waarde, maar minstens zo belangrijk, of deze technisch verenigbaar is met de constructie/ventilatiehuishouding van het monument. In hoofdstuk 9 van het 'Programma van Eisen Kwaliteit Monumenten' worden de uitgangspunten en uitvoeringseisen voor energiebesparende maatregelen genoemd.

Raamkozijn Kozijn 2

In het kader van een verbouwing kunt u overwegen om  energiebesparende maatregelen te treffen. Hieronder wordt achtereenvolgens ingegaan op:

1. Kierdichting + ventilatie
2. Isolerende beglazing
3. Na-isoleren van het dak
4. Keldervloerisolatie

Tip: Demontabel bouwen!

Zorg ervoor dat elke aanpassing die u doet aan uw monument ook weer makkelijk te verwijderen of te herplaatsen is, zodat de oorspronkelijke staat van de woning niet aangetast wordt.

1. Kierdichting en ventilatie

Er is geen voorkeursmethodiek aan te bevelen voor goede kierdichting. Ook hier moet er altijd sprake zijn van maatwerk. De gebruikte methode is namelijk afhankelijk van de technische staat, de mate van detaillering en de monumentale waarde van het pand of venster. Indien een raam monumentale waarden heeft moet het bestaande raam behouden blijven. BMA kan aanwijzingen geven over hoe bestaande raamtypen zijn te modificeren.

Kierdichting kan alleen in combinatie met ventilatie worden toegepast om vochtophoping, rotting en schimmel van houten balken en muren tegen te gaan. Het eenvoudigste is raamventilatie. Een rooster in het ‘kalf' of de wissellat kan een oplossing bieden.

Meer ingrijpend is een gereguleerde- of balansventilatie waarbij aan- en afvoer van lucht is geregeld. Dit betekent dat er installaties moeten worden geplaatst, dus hogere kosten. Bovendien kan dit nadelig zijn voor het monument.

2. Isolerende beglazing

Voor de energiezuinigheid van uw woning zijn de ramen vaak de zwakste schakel van de totale constructie. Hier vindt veel warmteverlies plaats. Standaard dubbelglas is doorgaans te dik om toe te passen in een historisch raam. Er zijn echter andere mogelijkheden beschikbaar, bijvoorbeeld:

  • het toepassen van een achterzetraam aan de binnenzijde. Het achterzetraam moet kierdicht zijn en de tussenruimte moet licht geventileerd zijn met buitenlucht. Hierdoor wordt condensvorming tegengegaan.
  • enkel glas met een dikte van 6 - 8 millimeter met  onzichtbaar warmtereflecterende folie. Zorg bij het plaatsen wel dat wel dat de folie aan de juiste kant van het raam zit.
  • vacuümglas, bestaande uit twee glasplaten met een dunne vacuümspouw. Een hoogwaardig product maar wel met een hoger prijskaartje en het ventiel ter grote van een knoop is op het raam zichtbaar. Dit laatste kan afbreuk doen aan de beeldkwaliteit. Hou er verder rekening mee dat na een aantal jaar het vacuüm weer getrokken moet worden.
  • Dun dubbel glas (3-4 mm) dat ook niet haaks en met een donkere afstandsstrip kan worden geleverd.
    Dubbel glas

3. Na-isolatie dak

Bij dakisolatie kan isolatie vanaf de binnenzijde worden aangebracht (koud dak) of vanaf de buitenzijde (warm dak).
Om technische redenen heeft het aanbrengen van isolatie vanaf de buitenzijde de voorkeur.
Bij een van binnenuit geïsoleerd dak is het noodzakelijk om zeer goed te ventileren tussen de isolatie en het dakbeschot. In de praktijk laat dit vaak te wensen over.
Het is dus aan te raden om de dakisolatie aan de buitenzijde onder het pannen- of leiendak aan te brengen. Het nadeel hierbij is dat alle pannen of leien verwijderd worden. Let hierbij wel op dat er aansluitingsproblemen kunnen ontstaan op goten, dakkappelen en en gevels doordat het dak dikker wordt. Gebruik hiervoor dunne hoogwaardige isolatiematerialen. Zie ook het Programma van eisen Kwaliteit Monumenten.

4. Wand- en Keldervloerisolatie

Isolatie aan de binnenzijde is vaak af te raden.Wandisolatie en vloerisolatie hebben relatief minder effect dan de hierboven genoemde maatregelen. Daarnaast levert het vaak de meeste problemen op zoals vocht en koudebruggen (kou die van buiten naar binnen wordt geleid). Wandisolatie kan vaak niet bij vloeren worden doorgezet omdat dit tot condensatie kan leiden bij vloerbalken en gevelankers met alle mogelijke gevolgschade van dien.Het meest effectief is keldervloerisolatie.

Indien u kiest voor keldervloerisolatie, schakel dan een specialist in. Attendeer uw specialist op de volgende zaken:

  • de vochthuishouding moet niet verstoord worden
  • vochtregulerende producten zijn beschikbaar (bijvoorbeeld calciumsilicaat) waardoor minder problemen ontstaan.
  • Isolatie moet aansluiten op de wand. Als isolatiemateriaal niet wordt doorgezet ontstaan er koudebruggen wat tot vochtproblemen kan leiden. Let op: het doorzetten van isolatiemateriaal is vaak niet mogelijk in historische gebouwen.