Meest gestelde vragen

Meestgestelde vragen Bestemmingsplan Water

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

Meest gestelde vragen

15 mei 2012

Meest gestelde vragen

1.     Waar bevinden zich de alternatieve ligplaatsen en hoe kom ik daarvoor in aanmerking?

Het bestemmingsplan biedt ruimte aan 1400 strekkende meter voor alternatieve ligplaatsen, oftewel ruimte voor maximaal 79 boten. Op deze kaart is te zien waar die zich bevinden.

Iedereen met een geldige ligplaatsvergunning in stadsdeel Centrum kan voor de alternatieve ligplaatsen in aanmerking komen. Ze kunnen gebruikt worden door booteigenaren die hun boot willen verplaatsen. Sommige alternatieve ligplaatsen zijn rustiger dan bestaande, wat aantrekkelijk kan zijn voor mensen die nu in dichtbevolkte en/of drukbevaren grachten liggen. Ook kan op de nieuwe ligplaatsen meer ruimte zijn om gebruik te maken van de mogelijkheid tot vervanging en uitbreiding (conform de "Bootrichtlijnen"). Booteigenaren die dit willen kunnen hierheen verplaatsen.

In de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid door het dagelijks bestuur is een prioritering aangebracht. Deze is opgesteld om de maatregelen van het bestemmingsplan te kunnen realiseren. De prioritering is als volgt:

1. het bieden van een alternatieve ligplaats aan boten waar de ligplaats is wegbestemd;

2. het mogelijk maken van verplaatsingen  van boten uit het gevoelig gebied;

3. Verbetering van de situatie in grachten met een hoge dichtheid aan boten;

4.  Verplaatsingen om vrije afstand tot historische bruggen mogelijk te maken;

5. verplaatsing van boten uit zichtlijnen met dubbelbestemming ‘Waarde - Landschap';

6. de verplaatsing draagt bij aan ordening op het water efficiënt watergebruik.

De prioritering is in de regels van het bestemmingsplan opgenomen en wordt in de toelichting beschreven.

Om te kunnen verplaatsen naar een alternatieve ligplaats, moet bij het stadsdeel een wijziging van het bestemmingsplan worden aangevraagd. Ook moet een nieuwe ligplaatsvergunning worden verkregen bij Waternet. De ligplaats die na verplaatsing is vrijgekomen wordt opgeheven. Dit gebeurt door na de verplaatsing het totale aantal aanwezige boten in een rak bij te stellen in het bestemmingsplan. Dit geldt overigens niet als één van de eigenaren van de op te heffen ligplaatsen aan de Noordermarkt en het  Amstelveld of van het nautisch knelpunt aan de Snoekjesgracht belangstelling heeft voor de vrijkomende ligplaats. Deze mensen mogen daar na wijziging van het bestemmingsplan naartoe verplaatsen.

2.     Wat gebeurt er als mijn boot voor een deel of helemaal buiten het aanduidingsvlak voor ligplaatsen ligt?

De ligplaatsen worden niet direct opgeheven als ze geheel of deels buiten het aanduidingsvlak van het bestemmingsplan zijn komen te liggen. Ze vallen dan onder het overgangsrecht. Als een boot deels of geheel onder het overgangsrecht valt, krijgt de eigenaar geen vergunning meer om drastisch te verbouwen, uit te breiden of te vervangen op grond van de Bootrichtlijnen 2008. Deze vergunningen worden immers getoetst aan het bestemmingsplan. Het is voor booteigenaren dus zaak om zo snel mogelijk binnen de aanduidingsvlakken van het bestemmingsplan te gaan liggen waar ligplaatsen zijn toegestaan.

De verwachting is dat dit voor de meeste boten eenvoudig is: het zijn voornamelijk boten die te ver van de wal liggen waardoor een veilige doorvaart belemmerd wordt. De eigenaren worden niet gedwongen om de boot dichter naar de kant te brengen, alleen bij vervanging, drastische verbouwing of bij een walmuurrenovatie.

Als de ligplaats helemaal niet in het bestemmingsplan is opgenomen, wordt de ligplaats pas opgeheven als de boot is verplaatst.

Vrijwilligheid is het uitgangspunt bij verplaatsingen/verschuivingen van boten. Daarvoor zijn de alternatieve ligplaatsen voorhanden. Aan de wensen ten aanzien van de nieuwe ligplaats wordt zoveel mogelijk tegemoet gekomen bij de eigenaren waarvan de ligplaats is opgeheven.

3.     Wat gebeurt er als ik op een ark of een woonvaartuig woon aan het eind van een zichtlijn?

Op deze kaart kunt u zien op welke straten als zichtlijn in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Op de plankaart van het bestemmingsplan zijn die plekken waar een zichtlijn in het water eindigt, bestemd als ‘Waarde Landschap'. De zichlijnen zijn opgenomen in het bestemmingsplan om de oriëntatie op het water te verbeteren. Meestal is het water aan het eind van een zichtlijn niet zichtbaar. Maar als aan het einde van een zichtlijn een schip ligt, is het duidelijk dat daar  water is. De dubbelbestemming ‘Waarde- Landschap" heeft dan ook alleen gevolgen voor de eigenaar van een ark of een woonvaartuig. Ligt u met een ark of een woonvaartuig binnen een dubbelbestemming' Waarde- Landschap' dan moet u bij vervanging of grondige verbouwing uw boot vervangen door een schip.

4.     Wat gebeurt er als ik dichter dan 10 meter afstand van een historische brug lig?

Als u dichter dan 10 meter afstand van een historische brug ligt, zal het stadsdeel u benaderen met het verzoek of u vrijwillig wil meewerken om op 10 meter van de brug te gaan liggen. Met historische bruggen worden de bruggen bedoeld met een monumentenstatus (orde-1 zoals aangegeven op deze kaart). De historische bruggen zijn een belangrijk onderdeel van het beschermd stadsgezicht van Amsterdam. Daarom wordt ernaar gestreefd om het zicht op de bruggen vrij gehouden. De 10 meter afstand begint voorbij de aanlanding van de brug, dat wil zeggen waar de weg ophoudt en de oprit begint. U wordt alleen benaderd als er ruimte is in het rak waar u ligt. Meestal ontstaat er ruimte bij walkantvernieuwing of herprofilering van de kade. Ook kan ruimte ontstaan als één van uw buren vertrekt naar een alternatieve ligplaats. Het stadsdeel zal dan contact met u opnemen en u verzoeken vrijwillig mee te werken. Als u in de tussentijd uw boot wil uitbreiden of vervangen, mag de afstand tot de historische brug uiteraard niet nog kleiner worden.

5.     Komt er meer overlast door de aanleg van de op- en afstapvoorzieningen?

Met een netwerk van op- en afstapvoorzieningen wordt het transport over het water bevorderd. De op- en afstapvoorzieningen zijn bedoeld voor de commerciële beroepsvaart die al vergunning heeft om personen en/of goederen over de grachten te vervoeren: rondvaartreders, watertaxi's, pakketboten enzovoort. Zij mogen hier kort afmeren om mensen te laten in en uitstappen of goederen te laden en lossen. De kades worden ontlast omdat er minder personen of goederen met de bus of auto worden vervoerd. Het bestemmingsplan maakt 52 op- en afstapvoorzieningen mogelijk waarbij gebruik gemaakt is van 24 bestaande steigers. De overige zijn zo ontworpen dat ze nauwelijks als verblijfsplek gebruikt kunnen worden: ze bestaan uit vier palen tegen de kademuur en een treeplank. Kijk hier voor een kaart met op- en afstapvoorzieningen.

De plekken voor de op- en afstapvoorzieningen zijn bepaald in nauw overleg met de ondernemers en de reders aan de grachten die vergunning hebben om mensen en/of goederen over water te vervoeren, de Kamer van Koophandel en de toerstenbranche. Daaruit is een steigerplan voortgekomen dat in 2008 na een inspraakprocedure is vastgesteld.

Er is een aantal nieuwe op- en afstapvoorzieningen aangegeven in het ontwerpbestemmingsplan. Omwonenenden kunnen hierop reageren via een zienswijze. Deze worden meegewogen bij hetgeen het dagelijks bestuur voorlegt aan de raad ter besluitvorming. Als een locatie is ingetekend in het bestemmingsplan voor het water moet er te zijner tijd ook een omgevingsvergunning voor worden aangevraagd voordat deze kan worden aangebracht.

Het aantal vergunningen voor de beroepsvaart op de grachten neemt niet toe maar blijft gelijk aan het huidige aantal. In het kader van dit bestemmingsplan is onderzoek uitgevoerd naar de gevolgen van de op- en afstapvoorzieningen voor de luchtkwaliteit en de geluidsbelasting voor de woningen en de woonboten in de buurt. Daarbij zijn met name locaties onderzocht waar boten of woningen dicht op de geplande op- en afstapvoorzieningen zijn gelegen. De normen voor luchtkwaliteit en geluidsbelasting mogen niet overschreden worden. De onderzoeken maken deel uit van het ontwerpbestemmingsplan.

Pleziervaart

De meeste overlast wordt ondervonden van plezierboten op het water van de grachten. De pleziervaart is geen onderwerp van het bestemmingsplan Water. In het bestemmingsplan voor het water zijn geen ligplaatsen voor pleziervaartuigen opgenomen (ook niet voor historische pleziervaartuigen). Parkeerplaatsen voor auto's worden ook niet in bestemmingsplannen vastgelegd.

Desalniettemin heeft het stadsdeel veel aandacht voor de overlast. Samen met Waternet en de politie is een plan gemaakt om de overlast aan te pakken. De focus ligt op verbeterde gezamenlijke aanpak van snelheid en geluid, verbetering van het Meldpunt Overlast te water, verbeterde communicatie en een intensievere aanpak van illegaal passagiersvervoer. Het stadsdeel heeft tellingen laten verrichten van het aantal vaarbewegingen op de grachten in de lente, zomer en herfst van 2004 en van 2010. Uit de tellingen blijkt dat het aantal vaarbewegingen nagenoeg gelijk is gebleven.Het onderzoek maakt deel uit van het ontwerpbestemmingsplan.

Overige steigers en objecten

Naast de op- en afstapvoorzieningen zijn alleen steigers in het bestemmingsplan opgenomen voor openbaar en/of commercieel gebruik (door rondvaartrederijen) en steigers die dienst doen als toegang voor publieke en commerciële voorzieningen (zoals musea en hotels). Zelfgebouwde steigers en objecten voor eigen gebruik zijn niet opgenomen in het bestemmingsplan. De private steigers (afmeervoorzieningen) en andere objecten van vóór 1996 mogen vaak in stand gehouden worden totdat het eigendom van de gebruiker (van het woon- of bedrijfsvaartuig) wordt overgedragen. Het gaat hier om uitsterfbeleid. Waternet handhaaft op basis van een handhavingsplan. Als efficiënt watergebruik ermee gediend is, wordt onderzocht of deze objecten al kunnen worden verwijderd bij walkantvernieuwing.

Toegangsvoorzieningen zoals loopplanken en trappen tot woon- en bedrijfsvaartuigen zijn uiteraard toegestaan. De lengte en breedte ervan is aan restricties onderhevig zodat de boot binnen de toegestane afstand tot de wal komt te liggen.

Pontons en vlotten zijn over het algemeen niet in het bestemmingsplan opgenomen. De meeste vallen onder een overgangsbepaling van de Verordening op het Binnenwater: als de boot van eigenaar verwisselt of vervangen wordt, moet het ponton verwijderd worden. De eigenaren zijn hier van op hoogte.

Pontons en objecten voor bedrijfsvoering zijn bedrijfsvaartuigen als zij een ligplaatsvergunning als bedrijfsvaartuig hebben. Pontons en objecten van aannemers vallen daaronder, of bijvoorbeeld pontons voor het afmeren van rondvaartboten. Deze objecten zijn opgenomen in het bestemmingsplan als ze een ligplaatsvergunning hebben.

Soms worden pontons gebruikt voor opslag. Dit is niet toegestaan. Het stadsdeelbeleid (december 2007) geeft aan dat opslag van goederen niet wordt aangemerkt als watergebonden activiteit. Een uitzondering is gemaakt voor bestaande gevallen (dit zijn situaties die op het moment van ter visielegging van het bestemmingsplan aanwezig zijn) die gekoppeld zijn aan watergebonden activiteiten met vergunning, zoals de passagiersvaart. In die bestaande gevallen wordt ontheffing voor een object verleend.

6.     Kan ik een hotelboot beginnen?

Water behoort tot de identiteit van de binnenstad. Het is bijzonder om in Amsterdam te ervaren hoe het is om op het water te logeren. Daar wil het dagelijks bestuur na veel overleg met allerlei partijen beperkt gelegenheid voor bieden. Daarom is in het bestemmingsplan Water een wijzingsbevoegdheid opgenomen om maximaal 43 boten mogelijk te maken.

Op dit moment hebben alle bekend zijnde hotelboten een vergunning voor een woonboot. Het bieden van logies op boten is niet toegestaan volgens de Verordening op het Binnenwater. De Verordening op het Binnenwater moet dus worden aangepast. De logiesfunctie (anders dan Bed & Breakfast) valt namelijk niet onder watergebonden bedrijfsactiviteiten.

Ook moeten er andere regels en verordeningen worden gewijzigd zoals de de Regionale Huisvestingsverordening stadsregio Amsterdam, de Bootrichtlijnen 2008 en de Brandveiligheidverordening. Daarnaast dient nog beleid voor hotelboten te worden opgesteld door het stadsdeel. Voor de aanpassing van de Brandveiligheidsverordening en de Huisvestingsverordeningmoet het stadsdeel aankloppen bij hogere bestuursorganen zoals de gemeenteraad of de Regioraad. Zij moeten dus hun medewerking verlenen om logies op boten mogelijk te maken. Als zij niet instemmen gaat het uiteindelijk niet door. Zolang de regelgeving niet is aangepast en het hotelbeleid voor het water er niet is, kan het dagelijks bestuur geen medewerking verlenen aan de omzetting van woonboten naar hotelboten en blijven de hotelboten verboden.

7.   Welke bedrijfsvaartuigen zijn toegestaan?

Alle bedrijfsvaartuigen met een vergunning voor het bestemmingsplangebied zijn in het bestemmingsplan opgenomen. Op het water van de binnenstad zijn varende en niet-varende bedrijfsvaartuigen. Onder de varende bedrijfsvaartuigen vallen de rondvaartboten, de pakketboten, watertaxi's en zelfs de waterfietsen. Deze boten zijn alleen toegestaan als ze een exploitatievergunning hebben van Waternet (namens Burgemeester en Wethouders). De varende bedrijfsvaartuigen hebben een vaste ligplaats op het moment dat zij niet in bedrijf zijn. Deze plaatsen zijn opgenomen in het bestemmingsplan. Het aantal varende bedrijfsvaartuigen in het centrum mag niet worden uitgebreid.

Niet-varende bedrijfsvaartuigen hebben een vaste ligplaats. Op deze boten worden uitsluitend bedrijfsactiviteiten uitgevoerd. (Het gaat hier dus niet om woonboten met bedrijf aan huis. Deze zijn toegestaan zolang de bedrijfsfunctie ondergeschikt is aan het wonen). Op niet-varende bedrijfsvaartuigen worden conform de Verordening het Binnenwater alleen watergebonden bedrijfsactiviteiten toegestaan.

In het bestemmingsplan zijn de bedrijfsactiviteiten ingedeeld (gecategoriseerd) naar de belasting voor de omgeving, zoals geur, geluid etc. Alleen bedrijfsactiviteiten met milieucategorie 1 of 2 kunnen gemengd worden met wonen. Door de dienst Milieu- en Bouwtoezicht zijn de bedrijfsactiviteiten naar de belasting voor de omgeving in het kader van het bestemmingsplan Water gecategoriseerd. De meeste bedrijfsactiviteiten die op de boten worden uitgevoerd vallen in de lichte categorieën. De zwaardere activiteiten zijn apart in het bestemmingsplan opgenomen.

8.     Wie betaalt dit allemaal?

De kosten van de inrichting van alternatieve ligplaatsen in het bestemmingsplan worden gedragen door het stadsdeel. Ook de kosten voor het verplaatsen van woonboten waarvan de ligplaats is opgeheven, worden door het stadsdeel vergoed.

Het bestuur van het stadsdeel verwacht niet dat woonboten in  waarde verminderen als gevolg van het bestemmingsplan. Het bestuur meent dat het bestemmingsplan Water voldoende gelijkwaardige alternatieve ligplaatsen biedt. Met de woonwensen van woonbootbewoners waarvan de ligplaats is opgeheven, 5 in totaal, wordt zoveel mogelijk rekening gehouden. Zij krijgen voorrang bij de keuze van een alternatieve ligplaats.

Tenslotte heeft het stadsdeel twee planschaderisicoanalyses laten uitvoeren voor het bestemmingsplan Water. In deze analyses is bekeken welke zaken in aanmerking komen voor zogenaamde planschade. Volgens de wet kunnen alleen onroerende zaken in aanmerking komen voor planschade. Woonboten worden aangemerkt als roerende zaken en komen om die reden niet in aanmerking voor een planschadevergoeding op grond van de Wet ruimtelijke ordening. Daarnaast is tevens bekeken of de woonboten in aanmerking kunnen komen voor een schadevergoeding op grond van het burgerlijk recht Omdat gelijkwaardige alternatieve ligplaatsen worden aangeboden, is ook hier geen sprake van. In de analyse is verder gekeken naar waardevermindering van eigendom van walbewoners als gevolg van het bestemmingsplan Water. Een verzoek om planschadevergoeding wordt op de daarvoor geëigende manier afgehandeld.