Hoofdnavigatie
- Home
- Bestuur, raad en organisatie
- Jeugd en onderwijs
- Wonen en leefomgeving
- Zorg en welzijn
- Sport, recreatie en cultuur
- Ondernemen
- Projecten
Onderstaande lijst met vragen is gemaakt om (direct) betrokkenen bij de startnotitie en het nog op te stellen bestemmingsplan nader te informeren. In totaal gaat het om 32 vragen en verderop in dit document de antwoorden. De beantwoording is vooral op hoofdlijnen, in een aantal gevallen is sprake van een gedetailleerde aanvulling.
Onderstaande lijst met vragen is gemaakt om (direct) betrokkenen bij de startnotitie en het nog op te stellen bestemmingsplan nader te informeren. In totaal gaat het om 32 vragen en verderop in dit document de antwoorden. De beantwoording is vooral op hoofdlijnen, in een aantal gevallen is sprake van een gedetailleerde aanvulling.
1. Waarom wordt er eerst een startnotitie gemaakt?
Het dagelijks bestuur geeft in de startnotitie aan welke onderwerpen en uitgangspunten in het bestemmingsplan voor het water aan de orde zullen komen. Op die manier kan de stadsdeelraad eventueel vóóraf nog andere wensen kenbaar maken, zodat het dagelijks bestuur daar rekening mee kan houden bij het opstellen van dit bestemmingsplan.
2. Is er al een bestemmingsplan voor het water?
Nee. Er is nu geen eenduidige regeling voor de bestemming van het water. Gekozen is om de functies op het water onder te brengen in één bestemmingsplan (die voor het water in de gehele binnenstad gaat gelden). Op die manier komt er in de hele binnenstad één uniforme regeling voor ligplaatsen voor boten en steigers. Het bestemmingsplan voor het water moet nog worden opgesteld. Wat op 13 oktober 2009 is vastgesteld door het dagelijks bestuur zijn de uitgangspunten voor het maken van het bestemmingsplan. Deze uitgangspunten zijn vastgelegd in destartnotitie.
3. Waar gaat het bestemmingsplan water over?
Het bestemmingsplan regelt welke functie waar is toegestaan. Het gaat ondermeer om de functies woonboten, de varende en de niet-varende bedrijfsvaartuigen, jachthavens, steigers en op- en afstapvoorzieningen
Het bestemmingsplan water is een juridisch planologische uitwerking van de “Visie op het water in de binnenstad” (vastgesteld door de stadsdeelraad op 26 januari 2006). Daarbij wordt uitgegaan van het principe ‘een goede ruimtelijke ordening’: de (schaarse) ruimte wordt verdeeld onder verschillende functies, waarbij een belangenafweging plaatsvindt waar welke functie is gesitueerd, waarom die functie nodig is en waarom deze juist op deze plek nodig is.
Het bestemmingsplan bestaat uit een plankaart, regels en een toelichting. Alle huidige regelingen zoals voor het water zoals “het Steigerplan” (d.d. 22 januari 2008, dagelijks bestuur), de “Uitvoeringsnota van het bedrijfsvaartuigenbeleid in de binnenstad” (d.d. 11 december 2007, dagelijks bestuur), het “Afmeerbeleid voor pleziervaartuigen” (d.d. 10 april 2007, dagelijks bestuur), de nota “Welstand op het water” (d.d. 22 en 29 januari 2009, deelraad), de “Bootrichtlijnen 2008” (d.d. 22 en 29 januari 2009, dagelijks bestuur) en de “Verordening op de Haven en het binnenwater” ( d.d 10 mei 2006, gemeenteraad) vinden hun weerslag in het document.
4. Op welk gebied heeft het bestemmingsplan water betrekking?
Het bestemmingsplan wordt gemaakt voor het oppervlaktewater van stadsdeel Centrum met uitzondering van de gebieden die nog in beheer zijn van de centrale stad zoals het Oosterdok en het stationseiland.
5. Wat zijn die uitgangspunten?
Uitgangspunt voor het bestemmingsplan is de “Visie op het water van de binnenstad” zoals vastgesteld door de deelraad in 2006. Hierin zijn de volgende doelstellingen opgenomen:
Bevordering van de beleving van het water door de ruimtelijke relatie tussen water en wal weer zichtbaar te maken
Bevordering van een intensief en veelzijdig watergebruik
Medewerking aan een goede en veilige afwikkeling van het verkeer op het water, een goede waterhuishouding en voldoende bergings- en afvoermogelijkheden van overtollig regenwater.
Naast dit uitgangspunt heeft het dagelijks bestuur nog een aantal ambities:
1. Efficiënt watergebruik door een ordelijke inrichting
2. Het mogelijk maken van een 20-tal hotelboten
3. Verbetering van een aantal belangrijke zichtlijnen in de stad
4. 10m afstand van de ligplaatsen tot alle historische bruggen
6. Hoe wil het dagelijks bestuur de beleving van het water bevorderen?
Bijzondere plekken:
In de “Visie op het water in de binnenstad” zijn bijzondere plekken aangewezen waar de relatie tussen de stad en het water kan worden verbeterd door een aantal ligplaatsen op te heffen. Deze ligplaatsen worden wegbestemd, dat wil zeggen dat ze niet meer in het bestemmingsplan worden opgenomen. De bijzondere plekken zijn de Hermitage, het Amstelveld en de Noordermarkt. De Hermitage is verbouwd en de relatie met het water is hier inmiddels hersteld. Voor de andere twee plekken moeten maximaal 6 boten worden verplaatst (zie ook vraag 13 en 14)
Belangrijke zichtlijnen:
Het dagelijks bestuur wenst her bovernop de associatie met het water aan het eind van een aantal belangrijke zichtlijnen in de stad te versterken. Zo heeft een schip een duidelijker relatie met het water dan een ark. Het dagelijks bestuur wil proberen een ligplaatsruil te bewerkstelligen van arken door schepen aan het eind van zichtlijnen die belangrijk zijn voor de leesbaarheid van de stedenbouwkundige structuur. Het gaat om de volgende zichtlijnen: de Palmgracht, de Lindengracht, de Westerstraat, de Elandsgracht de Leidsekruisstraat, de Spiegelgracht/Nieuwe Spiegelstraat en de Reguliersgracht. Belangrijk zijn ook de relatie tussen de Nieuwmarkt en de Oude Schans, tussen de Amstelstraat en Amstel, de Achtergracht/Nieuwe Achtergracht en Amstel, tussen het Funenpark en de Nieuwe Vaart en de relatie tussen de grachten van de Oostelijke Eilanden.
7. Hoe wil het dagelijks bestuur intensief watergebruik bevorderen?
In de “Visie op het water van de binnenstad” heeft de stadsdeelraad vastgesteld dat er meer op- en afstapvoorzieningen worden aangelegd om vervoer van goederen en passagiers mogelijk te maken. De op- en afstapvoorzieningen zijn bedoeld voor bedrijfsmatig vervoer door vergunninghouders. Zij mogen hier kortdurend afmeren om mensen te laten in en uitstappen. Aan een netwerk van op- en afstapvoorzieningen wordt al gewerkt.door middel van ontheffingen. Deze voorzieningen worden opgenomen in het bestemmingsplan water. Voor toekomstige locaties wordt in het bestemmingsplan een vrijstellingsbevoegdheid opgenomen.
8. Wat doet het dagelijks bestuur om de overlast bij intensiever watergebruik te beperken?
Een aantal belanghebbende partijen is geen voorstander van het intensiever gebruik van het water. Zij voorzien een toename van overlast. Het dagelijks bestuur is zich hier terdege van bewust. Uit cijfers van het Meldpunt overlast op het water blijkt dat de meeste overlast wordt ondervonden van pleziervaartuigen en hun opvarenden. Samen met de dienst Binnenwaterbeheer en de politie is een plan gemaakt om de overlast aan te pakken. De focus ligt op verbeterde gezamenlijke aanpak van snelheid en geluid, verbetering van het Meldpunt Overlast te water, verbeterde communicatie en een intensievere aanpak illegaal passagiersvervoer. Beroepsmatig vervoer over water (passagiers én goederen) lijkt niet per definitie te leiden tot meer overlast op het water, toch houdt het dagelijks bestuur dit nauwlettend in de gaten zodra de afmeervoorzieningen zijn gerealiseerd.
9. Hoe werkt het dagelijks bestuurmee aan een goede en veilige verkeersafwikkeling op het water, een goede waterhuishouding en voldoende bergings- en afvoermogelijkheden van overtollig regenwater?
Door ligplaatsen die een veilige doorvaart belemmeren of om een andere reden risicovol zijn, niet meer in het bestemmingsplan op te nemen helpt het dagelijks bestuur mee nautische knelpunten op te lossen. Het gaat om 1 boot in de Snoekjesgracht en 2 boten in de Nieuwe Vaart tegenover werfKoning William. Ook voor een betere doorstroming van het scheepvaartverkeer kan het zijn dat een paar boten verplaatst moeten worden. Ook deze ligplaatsen worden niet meer in het bestemmingsplan opgenomen. Om de dichtheid in de Brouwersgracht en het noordelijk deel van de Prinsengracht op aanvaardbaar niveau te brengen, is het wenselijk 10 boten te verplaatsen. Omdat voor de dichtheid geen objectieve norm is, worden de ligplaatsen pas uit het bestemmingsplan geschrapt als de boten naar een andere ligplaats zijn verhuisd. Het dagelijks bestuur werkt mee aan een goede waterhuishouding en voldoende bergings- en afvoermogelijkheden van overtollig regenwater door in het Gevoelig Gebied zie ook vraag 23) geen nieuwe objecten of werken toe te staan. Bestaande objecten worden opgenomen, maar uitbreiding van woonboten in het gevoelige gebied is niet toegestaan als dit de doorstroming verslechtert. Verplaatsing in het Gevoelig Gebied is alleen mogelijk als hierdoor de doorstroming verbetert. In de toelichting op het bestemmingsplan zal worden aangegeven dat het waterschap Amstel, Gooi en Vecht beperkingen oplegt aan de mogelijkheden tot vervanging en uitbreiding van woonboten in het Gevoelige Gebied.
10. Wat houdt efficiënt watergebruik in en hoe wordt dit gerealiseerd?
Een extra wens/ambitie van het dagelijks bestuur is efficiënt gebruik van het water. Door een goede ordening op het water komen er meer mogelijkheden voor het verplaatsen, vergroten en vervangen van boten. Zo wordt efficiënt gebruik gemaakt van de ruimte in de rakken. De goede ordening wordt bereikt door in het bestemmingsplan vlakken met een standaard breedte op te nemen waarin ligplaatsen zijn toegestaan. De breedtemaat wordt nog onderzocht. Het deel van de boot dat buiten het vlak ligt, oftewel verder van de wal, wordt wegbestemd. Het dagelijks bestuur verricht maatwerk als ligplaatsen om nautische of technische redenen niet kunnen worden aangepast. Hiervan wordt een inventarisatie gemaakt. Bij het maken van het bestemmingsplan wordt van deze inventarisatie gebruik gemaakt.
11. Hotelboten zijn verboden. Waarom wil het dagelijks bestuur de mogelijkheid bieden voor 20 hotelboten?
Water behoort tot de identiteit, het dna van de binnenstad. Het is bijzonder om in Amsterdam te ervaren hoe het is om op het water te logeren. Daar wil het dagelijks bestuur gelegenheid voor bieden. Het dagelijks bestuur wenst 20 hotelboten mogelijk te maken en als bestemming op te nemen. Alle bekend zijnde hotelboten hebben op dit moment een vergunning voor een woonboot. Er lopen hierop enkele handhavingzaken Om een aparte bestemming voor hotelboten op te nemen moet de “Verordening voor de Haven en het Binnenwater” (VHB) worden aangepast. Hotelboten zijn op basis van de VHB niet toegestaan. De hotelfunctie valt namelijk niet onder watergebonden bedrijfsactiviteiten. Voor hotelboten zijn geen nieuwe ligplaatsen nodig. Om een aparte bestemming voor hotelboten op te nemen moet de VHB worden aangepast. De VHB kan worden gewijzigd door de gemeenteraad als alle stadsdelen hiermee instemmen. Het dagelijks bestuur gaat zich inspannen om instemming te verkrijgen van de andere stadsdeelbesturen om hotelboten in de VHB op te nemen. Het aantal kamers op de hotelboten moet passen binnen het toegestane quotum van 1000 kamers extra in stadsdeel Centrum.
12. Waarom wil het dagelijks bestuur ligplaatsen op 10 meter afstand tot alle historische bruggen? Hoe wil ze dat doen?
Om historische bruggen met hun aanlanding goed zichtbaar te houden vanaf de wal en om genoeg ruimte te houden voor boten om op tegemoetkomend verkeer te wachten wil het dagelijks bestuur 10 meter afstand van ligplaatsen tot alle historische bruggen bereiken. Het idee is om dit te realiseren wanneer sprake is van walkantvernieuwingen en via vrijwillige verhuizing naar een andere ligplaats. Op grond van het voorstel van Burgemeester en Wethouders op 18 september 2001 wordt de bestaande situatie bij de historische bruggen gehandhaafd en mogen alle boten blijven liggen die dichter dan 10 meter op deze bruggen liggen. In de vastgestelde Visie op het water van de binnenstad is bepaald dat binnen een afstand van 10 meter tot historische bruggen geen nieuwe ligplaatsen mogen komen. Omwille van de bestendigheid en eenduidigheid wil het dagelijks bestuur in de toekomst proberen 10 meter afstand tot alle bruggen te realiseren. Over de tien meter norm is de afgelopen jaren veel gesproken. In de “Visie op het water van de binnenstad” is uiteindelijk besloten de 10 meter te handhaven. Volgens de visie begint de 10 meter voorbij de aanlanding van de brug.
13. Wat gebeurt er met de ligplaatsen van boten die niet meer in het bestemmingsplan worden opgenomen?
De ligplaatsen worden niet direct opgeheven als ze niet meer in het bestemmingsplan worden opgenomen (‘wegbestemd’). Vrijwilligheid is het uitgangspunt bij verplaatsingen/verschuivingen van boten. Daarom is het van belang dat nieuwe en alternatieve ligplaatsen voorhanden zijn. In de ‘Visie op het water van de binnenstad’ is hierin voorzien: er komen 42 nieuwe ligplaatsen bij (zie kaart “nieuwe ligplaatsen”). Hiervan ligt een groot aantal in de oostelijke binnenstad. Sommige ligplaatsen zijn rustiger, wat aantrekkelijk kan zijn voor mensen die nu in dichtbevolkte en/of drukbevaren grachten liggen. Ook kan op de nieuwe ligplaatsen meer ruimte zijn om gebruik te maken van de mogelijkheid tot vervanging en uitbreiding (conform de “Bootrichtlijnen”. Booteigenaren die dit willen kunnen hierheen verplaatsen. Verder kunnen de bestaande rakken efficiënter met ligplaatsen worden ingericht. Door beter te ordenen dan nu het geval is ontstaat er meer mogelijkheid om in het eigen rak te verschuiven, uit te breiden of te vervangen. De ligplaats die na verplaatsing is vrijgekomen en die niet in het bestemmingsplan wordt opgenomen, mag niet meer worden ingenomen.
14. Wanneer worden ligplaatsen niet meer opgenomen in het bestemmingsplan (wegbestemd)?
Het bestemmingsplan kent een horizon van 10 jaar. In de wet is bepaald dat de bestemmingen in redelijkheid in die 10 jaar gerealiseerd moeten kunnen worden. Bij de afweging welke ligplaatsen niet meer in het bestemmingsplan worden opgenomen heeft het dagelijks bestuur er rekening mee gehouden of de maatregelen binnen 10 jaar uitgevoerd kunnen worden. Het dagelijks bestuur stelt voor om op een aantal plaatsen geen woonboten meer op te nemen in het bestemmingsplan:
1. Ter plekke van nautische knelpunten c.q. risicovolle plekken worden de boten wegbestemd (3 plaatsen);
2. Waar boten moeten verdwijnen door nieuwe ontwikkelingen (Artis) worden 11 boten wegbestemd;
3. Op de door de stadsdeelraad vastgestelde bijzondere plekken worden boten wegbestemd (6 plaatsen).
15. Wanneer worden ligplaatsen deels niet meer in het bestemmingsplan opgenomen?
Ordening op het water / efficiënt watergebruik kan ertoe leiden dat boten gedeeltelijk buiten het vlak komen te liggen waarbinnen ligplaatsen zijn toegestaan. Dit deel van de boot wordt wegbestemd tenzij om technische redenen nu, maar ook in de toekomst, voorzien is dat dichter aan de wal liggen niet mogelijk is. Dan wordt maatwerk verricht.
16. Wanneer worden ligplaatsen op termijn niet meer in het bestemmingsplan opgenomen?
Bestemmingsplannen moeten volgens de wet iedere 10 jaar herzien worden; dat wil zeggen: aan de actuele situatie zoals die ontstaan of dan gewenst is, worden aangepast.
Pas nadat de hoge dichtheid in grachten is verminderd, wordt bij de vernieuwing van het bestemmingsplan het aantal boten dat in het rak is toegestaan aangepast;
Voor verschuiving/verplaatsing om een vrije afstand tot historische bruggen van 10 meter mogelijk te maken worden geen boten wegbestemd. Pas nadat de verschuiving of verplaatsing heeft plaatsgevonden, wordt de lengte van het aanduidingsvlak bij de vernieuwing van het bestemmingsplan aangepast.
17. Wat is de consequentie als een boot deels of helemaal wordt wegbestemd?
Als een boot geheel of voor een deel wordt wegbestemd, krijgt de eigenaar geen vergunning meer om te verbouwen, uit te breiden of te vervangen. Deze vergunningen worden immers getoetst aan het bestemmingsplan. Het is voor booteigenaren dus zaak om zo snel mogelijk binnen de aanduidingsvlakken van het bestemmingsplan te gaan liggen waar ligplaatsen zijn toegestaan. De verwachting is dat dit voor de meeste boten eenvoudig is: het zijn voornamelijk boten die te ver van de wal liggen.
18. Hoe werkt dat met eventuele verplaatsingen van boten?
Het dagelijks bestuur wil proberen de eigenaren van boten die verplaatst moeten worden in hun wens ten aanzien van een nieuwe lokatie zoveel mogelijk tegemoet te komen. Het dagelijks bestuur verwacht dat er genoeg plekken in de eigen buurt beschikbaar komen omdat er ook booteigenaren zijn die willen verhuizen naar een andere buurt. Hoe alles in zijn werk gaat wordt nog nader uitgewerkt in de uitvoeringsparagraaf van het bestemmingsplan voor het water. Hierbij worden de uitgangspunten van het zogenaamde Beverprotocol zoveel mogelijk in acht genomen.
19. Kan iedereen voor de nieuwe ligplaatsen in aanmerking komen?In principe kan iedereen met een geldige ligplaatsvergunning in stadsdeel Centrum voor de nieuwe ligplaatsen in aanmerking komen. Omdat het om een beperkt aantal plaatsen gaat heeft het dagelijks bestuur een prioritering in de toewijzing aangebracht. Deze is gebaseerd op de voorgenomen maatregelen om de uitgangspunten en ambities in 10 jaar te kunnen realiseren. De prioritering is als volgt:
a. Voor het oplossen van nautische knelpunten / risicovolle plekken
b. Toezeggingen (bijvoorbeeld in het kader van de uitbreiding Artis);
c. Verplaatsingen om bijzondere plekken mogelijk te maken;
d. Ordening op het water / efficiënt watergebruik;
e. Verbetering van de situatie in grachten met een hoge dichtheid aan boten;
f. Verplaatsingen om vrije afstand tot historische bruggen mogelijk te maken;
g. Verschuiving/verplaatsing van arken uit zichtlijnen.
De prioritering zal in de uitvoeringsparagraaf van het bestemmingsplan worden opgenomen.
20. Voor wie zijn de kosten van verplaatsing en hoe gaat het stadsdeel om met schade ten gevolge van deze verplaatsingen?
Om het bestemmingsplan te kunnen uitvoeren en de verplaatsingen van woonboten binnen stadsdeel centrum te faciliteren moet voor de komende tien jaar een reservering gemaakt worden in de begroting. Het dagelijks bestuur is wettelijk verplicht de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aan te tonen. De kosten van de inrichting van nieuwe plaatsen worden gedragen door het stadsdeel. Voor het overige is het Beverprotocol van toepassing. Ook wordt onderzoek gedaan naar het risico van schadeclaims ten gevolge van de verplaatsingen. De verwachting is dat door het bieden van alternatieve ligplaatsen en toepassing van het Beverprotocol het risico op schade beperkt is.
21. Komen er nieuwe boten bij in stadsdeel Centrum?
Uitgangspunt is dat het aantal boten dat een ligplaatsvergunning krijgt in stadsdeel Centrum gelijk blijft. Ook het aantal bedrijfsvaartuigen blijft gelijk. Dit is conform de ”Visie op het water van de binnenstad”
22. Wat is het ‘Gevoelig Gebied'?
Het Gevoelig Gebied is aangegeven in de kaarten behorend bij de Keur van het Waterschap Amstel Gooi en Vecht (AGV). Het wordt begrensd door Het Entrepotdok en de Nieuwe Vaart, de Nieuwe Herengracht, Amstel en de Singelgracht en mondt uit in het Lozingskanaal. Het Gevoelig Gebied omvat de wateren in Amsterdam die een belangrijke afvoerfunctie hebben voor het gemaal Zeeburg in tijden van waterbezwaar (hevige en/of langdurige neerslag). Dan moet via Amsterdam en gemaal Zeeburg zoveel mogelijk water in zo kort mogelijke tijd uit de achterliggende Amstelland-boezem richting het IJmeer kunnen worden weg gemalen. (zie verder vraag 9)
Het Waterchap wenst het gevoelige gebied zo obstakelvrij mogelijk te maken voor een vlotte afvoer van het water. Binnen het gevoelige gebied geen ontheffing verleend voor nieuwe werken en woonschepen. Dit geldt ook voor vervanging of verbouwing van bestaande werken en woonschepen die tot een grotere waterverplaatsing of een grotere weerstand tegen doorstroming leiden. Bij vervanging en/of uitbreiding in dit gebied worden de bootrichtlijnen 2008 en de nota Welstand op het water beperkt door de eisen van AGV. Verplaatsingen in het gebied zijn alleen toegestaan als ze de doorstroming verbeteren. De bestaande vaartuigen met een ligplaats binnen het gevoelige gebied behouden het recht op deze ligplaats. In de toelichting op het bestemmingsplan zal worden aangegeven dat AGV beperkingen oplegt aan de mogelijkheden tot vervanging en uitbreiding van woonboten in het gevoelige gebied.
23. Welke bedrijfsvaartuigen zijn toegestaan?
Op het water van de binnenstad zijn varende en niet-varende bedrijfsvaartuigen. Onder de varende bedrijfsvaartuigen vallen de rondvaartboten, de pakketboten, watertaxi’s en zelfs de waterfietsen. Deze boten zijn alleen toegestaan als ze een exploitatievergunning hebben gekregen van de dienst Binnenwaterbeheer van Amsterdam (BBA). De varende bedrijfsvaartuigen hebben een vaste ligplaats voor het moment dat zij niet in bedrijf zijn. Deze plaatsen worden opgenomen in het bestemmingsplan. Het aantal varende bedrijfsvaartuigen in het centrum mag niet worden uitgebreid. Niet-varende bedrijfsvaartuigen hebben een vaste ligplaats. Op deze boten worden uitsluitend bedrijfsactiviteiten uitgevoerd. (Het gaat hier dus niet om woonboten met bedrijf aan huis. Deze zijn toegestaan zolang de bedrijfsfunctie ondergeschikt is aan het wonen). Op niet-varende bedrijfsvaartuigen worden conform de “Verordening op de haven en het binnenwater” (VHB) alleen watergebonden bedrijfsactiviteiten toegestaan. De definitie die het VHB hiervoor hanteert is: een activiteit die ter uitoefening van een beroep of bedrijf noodzakelijkerwijs op het water plaatsvindt en met het water een aanwijsbare en vanzelfsprekende binding heeft. De Wet op de ruimtelijke ordening schrijft voor dat bedrijfsactiviteiten ingedeeld (gecategoriseerd) moeten worden naar de belasting voor het milieu. Alleen bedrijfsactiviteiten met milieucategorie 1 of 2 mogen gemengd worden met wonen. Naar analogie op de wal wil het dagelijks bestuur flexibiliteit aanbrengen. De bebouwing op de wal kent de bestemming ‘gemende doeleinden’, die wonen en werken mogelijk maakt. Deze menging mag alleen met de lichte categorieën 1 en 2. In het bestemmingsplan voor het water wordt gezocht naar een vergelijkbare regeling van menging van wonen met watergebonden bedrijfsactiviteiten met de lichte milieucategorieën. Door de dienst Milieu- en Bouwtoezicht worden de bedrijfsactiviteiten naar de belasting voor het milieu in het kader van het bestemmingsplan water gecategoriseerd. Verwacht wordt dat de meeste bedrijfsactiviteiten die op de boten worden uitgevoerd in de lichte categoriëen vallen. De zwaardere activiteiten worden apart in het bestemmingsplan opgenomen.
24. Hoe zit het met pontons?
Algemeen:
Pontons zijn over het algemeen objecten. Deze worden in het bestemmingsplan opgenomen als ze een objectontheffing hebben en passen binnen een goede ordening van het binnenwater. Een aantal pontons valt echter onder een overgangsbepaling: als de boot van eigenaar verwisselt of vervangen wordt, moet het ponton verwijderd te worden. De eigenaren zijn hier in principe van op hoogte. Deze objecten worden niet in het bestemmingsplan opgenomen.
Voor bedrijfsvoering:
Pontons voor bedrijfsvoering zijn bedrijfsvaartuigen als zij een ligplaatsvergunning als bedrijfsvaartuig hebben. Pontons van aannemers vallen daaronder, of bijvoorbeeld pontons voor het afmeren van rondvaartboten. De pontons die aangemerkt worden als een bedrijfsvaartuig en een ligplaatsvergunning hebben, worden opgenomen in het bestemmingsplan.
Soms worden pontons gebruikt voor opslag, dit is niet toegestaan. Het stadsdeelbeleid(mei 2007) geeft aan dat opslag van goederen niet wordt aangemerkt als watergebonden activiteit. Een uitzondering hierop geldt voor bestaande gevallen: als opslag op een ponton gekoppeld is aan watergebonden activiteiten met een vergunning, zoals de passagiersvaart. In deze gevallen wordt ontheffing voor een object verleend. Situaties van opslag van goederen die na de bekendmaking van het conceptbeleid (na 1 mei 2007) zijn gecreëerd, vallen niet onder deze uitzondering. Het stadsdeel treedt hiertegen handhavend op.
25. Worden alle steigers en objecten op of in het water opgenomen in het bestemmingsplan?
Zelfgebouwde steigers en objecten:
In het water zijn allerlei soorten steigers en objecten. In de loop der tijd zijn veel private steigers en andere drijvende objecten zoals vlotten neergelegd voor exclusief gebruik van wal- en waterbewoners. De zelfgebouwde steigers en objecten voor eigen gebruik zijn niet gewenst. De private steigers (afmeervoorzieningen) en andere objecten van vóór 1996 mogen in stand gehouden worden totdat het eigendom van de gebruiker (walkantbewoner en/of het woon- of bedrijfvaartuig) wordt overgedragen. Het gaat hier om uitsterfbeleid. De dienst Binnenwaterbeheer van Amsterdam (BBA) handhaaft op basis van een handhavingsplan. Als efficiënt watergebruik ermee gediend is, wordt onderzocht of deze objecten al kunnen worden verwijderd bij walkantvernieuwing. De private steigers (afmeervoorzieningen) worden niet opgenomen in het bestemmingsplan water. Toegangsvoorzieningen zoals loopplanken en trappen tot woon- en bedrijfsvaartuigen zijn uiteraard toegestaan. De lengte ervan is aan restricties onderhevig zodat de boot binnen de toegestane afstand tot de wal komt te liggen. De toegangsvoorzieningen worden benoemd in de plantekst als ‘Overige objecten’.
Overige steigers, op- en afstapvoorzieningen:
Ook zijn er private steigers met een openbaar karakter (bijvoorbeeld bij hotels) en openbare steigers met een privaat karakter omdat ze alleen gebruikt mogen worden door de beroepsvaart. Alleen de steigers voor openbaar en/of commerciëel gebruik (door rondvaartrederijen) en steigers die dienst doen als toegang voor publieke en commerciële voorzieningen (zoals musea en hotels) aan het water worden opgenomen in het bestemmingsplan.
26. Worden jachthavens als aparte bestemming opgenomen in het bestemmingsplan?
Jachthavens zijn een specifieke functie die wordt aangegeven in het bestemmingsplan.
27. Worden 3 x 24uurs plaatsen opgenomen in het bestemmingsplan?
Ja. 3 x 24uurs Plaatsen zijn ligplaatsen die voor een bepaalde tijd (maximaal 3 x 24-uur) mogen worden ingenomen door pleziervaartuigen. Er mag op die locaties maximaal 3 x 24 uur worden overnacht op het pleziervaartuig, terwijl dat elders in de stad niet is toegestaan. Meestal betreft het dagjesmensen. De plaatsen vervullen een specifieke functie. Daarom worden die aangegeven in het bestemmingsplan
28. Komen er vaste ligplaatsen voor pleziervaartuigen?
Nee. In het bestemmingsplan voor het water komen geen ligplaatsen voor pleziervaartuigen. Dat gebeurt voor parkeerplaatsen voor auto’s op de wal ook niet. Het stadsdeel wil het afmeren van pleziervaartuigen wel beter regelen. De dienst Binnenwaterbeheer ontwikkelt hiervoor een aantal instrumenten en handhaaft hierop. De aandacht gaat hierbij met name uit naar verwaarloosde bootjes en de manier van afmeren.
29. Worden afmeerlocaties van historische pleziervaartuigen in het bestemmingsplan vastgelegd?
Nee. Net als op het land worden geen vaste ligplaatsen voor historische pleziervaartuigen in het bestemmingsplan opgenomen, net zo min als er vaste parkeerplaatsen in een bestemmingsplan op het land worden opgenomen.
30. Worden de parkeergarages onder de gracht opgenomen in het bestemmingsplan?
De parkeergarages waarover besluitvorming heeft plaatsgevonden, worden in het bestemmingsplan water opgenomen. Voor parkeergarages waarover nog niets besloten is, wordt een wijzigingsbevoegdheid opgenomen.
31. Welke onderzoeken worden er nog uitgevoerd in het kader van dit bestemmingsplan?
Het dagelijks bestuur laat de eventuele toename van de geluidbelasting als gevolg van de extra op- en afstapvoorzieningen nog onderzoeken. Ook worden de gevolgen voor de luchtkwaliteit geïnventariseerd en wordt een flora & fauna-toets uitgevoerd. De beperkingen als gevolg van externe veiligheid van bestaande industrie worden in kaart gebracht en de milieubelasting van niet-varende bedrijfsvaartuigen. Ook wordt nader onderzocht gedaan over de breedtemaat van de aanduidingsvlakken, waarbinnen ligplaatsen mogelijk zijn.
32. Zijn er inspraakmogelijkheden op het bestemmingsplan?
Ja. De commissie Openbare Ruimte en Verkeer ingestemd heeft met de startnotitie wordt een voorontwerp bestemmingsplan opgesteld. Dit wordt ter inzage gelegd. Iedereen krijgt de gelegenheid om hierop schriftelijk en/of mondeling te reageren en zijn of haar zienswijze kan indienen. Vervolgens wordt een ontwerpbestemmingsplan opgesteld waarin de inspraak is verwerkt. Dit ontwerp ligt zes weken ter inzage waarna iedereen weer de gelegenheid krijgt zijn of haar zienswijze te geven. Als de inspraak uit deze fase is verwerkt wordt het bestemmingsplan ter vaststelling aangeboden aan de deelraad. Indien er mensen zijn die het niet eens zijn met wat in het bestemmingsplan geregeld wordt kunnen tegen het vastgestelde bestemmingsplan in beroep gaan bij de Raad van State.